Vitamine D en griep of luchtweg infecties.

30-01-2018

Uit de Ortho bibliotheek van Gert Schuitemaker.

Minder kans op griep met vitamine D-suppletie

Suppletie met vitamine D tijdens de winterperiode verlaagt het risico van de seizoensgebonden griep (influenza A-virus) bij schoolgaande kinderen.

Aan de studie namen 334 schoolkinderen deel die verdeeld werden in een suppletie- en placebogroep. De kinderen in de suppletiegroep kregen 1200 IE vitamine D per dag en de andere kinderen kregen een placebo. Er werd bekeken hoeveel kinderen besmet raakten met het influenza A-virus.

In de suppletiegroep kregen 18 van de 167 kinderen (11%) de griep. In de placebogroep waren dit 31 van de 167 kinderen (19%). Suppletie met vitamine D verlaagde met 42% significant het risico van besmetting met het influenza A-virus. Bij kinderen die geen andere vitamine D-supplementen namen of naar school gingen vanaf een leeftijd van 3 jaar nam het risico significant met 64% af. Bij kinderen met astmatische klachten was de kans op griep met 83% significant lager.

Vitamine D-suppletie vermindert kans op luchtweginfectie

Extra inname van vitamine D kan een verkoudheid en luchtweginfectie buiten de deur houden. Dit blijkt uit een grootschalige analyse van bestaande onderzoeken.

Er werden vijfentwintig studies met in totaal 11.000 proefpersonen (van jonge kinderen tot bejaarden) onder de loep genomen. In de studies werd vitamine D gesuppleerd in dosissen die varieerden van 300 IE tot 4000 IE per dag tot bijvoorbeeld een wekelijkse dosis van 10.000 IE. De suppletieduur bedroeg twee maanden tot een jaar.

Hoewel niet in alle afzonderlijke onderzoeken een afname van luchtweginfecties werd aangetoond, liet analyse van de gezamenlijke resultaten een duidelijk lager risico van luchtweginfecties zien onder invloed van suppletie met vitamine D. De wetenschappers zagen dat vooral personen met een lage vitamine D-status (<25 nmol/l) baat hadden bij suppletie. Deze personen hadden met maar liefst 70% significant minder kans op een verkoudheid of luchtweginfectie met extra inname van de vitamine D. Hierbij was het wel van belang dat ze het supplement regelmatig (dagelijks of wekelijks) innamen. Personen met een hogere vitamine D-spiegel (≥25 nmol/l) konden met 25% significant de kans op een luchtweginfectie verminderen. Er werden geen bijwerkingen gemeld door de proefpersonen.


Lage vitamine D in bloed, grotere kans op luchtwegeninfecties

Een slechte vitamine D-status verhoogt de kans op ademhalingsziekten bij ouderen.

Er namen 2070 vijfenzestigplussers deel aan de Engelse studie. Bij de proefpersonen werd de vitamine D-spiegel gemeten en gerelateerd aan de kans op ademhalingsproblemen.

Personen met een vitamine D-tekort (<35 nmol/L) hadden meer dan tweemaal zoveel kans op ademhalingsziekten dan personen met een vitamine D-spiegel van minimaal 64 nmol/L. Een matige vitamine D-status (35-50 nmol/L) verhoogde de kans op ademhalingsproblemen met 75% en bij een concentratie tussen 50 nmol/L en 64 nmol/L was met 63% nog steeds sprake van een verhoogd risico.



Vitamine C

Het menselijk organisme kan, in tegenstelling tot dat van de meeste zoogdieren, géén vitamine C produceren. Daarom moet alle benodigde vitamine C uit de voeding beschikbaar komen.

Ook bij een gezond voedingspatroon en zonder dat er sprake is van behoefte- verhogende factoren is dagelijks suppletie met 1 - 5 gram vitamine C aan te bevelen.

Verder is gebleken dat bij een optimaal bloedniveau een relatief groot gedeelte van de vitamine C-moleculen in de urine terechtkomt. ook deze moleculen zijn niet geheel verloren; ze doen dienst ter preventie van de urineweginfecties en blaaskanker.

Vitamine C wordt niet vanuit de darm in het bloed opgenomen. Deze moleculen zijn echter niet nutteloos: het is gebleken dat ze een gezonde conditie van de endeldarm bevorderen.

Door modern wetenschappelijk onderzoek is weerlegd dat vitamine C de vorming van nierstenen zou bevorderen, vitamine C voorkomt zelfs de vorming van bepaalde nierstenen.

De tekorten.

B-12 tekort door maagzuurremmers.

Voor de studie werd een vergelijking gemaakt tussen een groep van bijna 26.000 personen met een vitamine B12-tekort en een groep van meer dan 184.000 personen met een adequate vitamine B12-spiegel.

Van de personen met een vitamine B12-tekort had 12% gedurende minimaal twee jaar een protonpompremmer gebruikt. Voor H2-receptorantagonisten bedroeg dit percentage 4%. Van de personen met een adequate vitamine B12-spiegel had slechts 7% gedurende twee of meer jaren een protonpompremmer gebruikt en 3% een H2-receptorantagonist. Langdurig gebruik van een protonpompremmer verhoogde met 65% significant de kans op een vitamine B12-tekort. Voor het gebruik van H2-receptorantagonisten gedurende twee of meer jaren nam dit risico met 25% significant toe. Wanneer dagelijks van een protonpompremmer meer dan één tablet werd geslikt was het risico van een tekort zelfs bijna verdubbeld

.

Polyfarma beïnvloedt vitamine D-spiegel? 

Nederlandse ouderen die vijf of meer medicijnen per dag gebruiken (polyfarmacie) hebben vaak een vitamine D-tekort. Het is nog niet duidelijk of dit een oorzakelijk verband betreft.

Bij 873 ouderen die verbleven in een verpleeghuis voor dementiepatiënten werd het medicijngebruik bekeken en de vitamine D-spiegel gemeten. Afhankelijk van het aantal geneesmiddelen dat werd gebruikt was er al dan geen sprake van polyfarmacie (≥5 medicamenten per dag) of ernstige polyfarmacie (≥10 medicijnen per dag).

Van de patiënten bleek 65% vijf of meer medicijnen per dag te gebruiken. Bij 22% van hen was sprake van ernstige polyfarmacie. Bijna de helft van de ouderen had een vitamine D-tekort, uitgaande van een grenswaarde van 50 nmol/l. Wanneer een grenswaarde van 75 nmol/l werd gehanteerd, bleek dat maar liefst 77% een vitamine D-tekort had. Een deel van de patiënten die vitamine D gesuppleerd kregen waren alsnog deficiënt aan de vitamine. Dit was het geval bij 17% en 49% van de deelnemers uitgaande van grenswaarden van respectievelijk 50 en 75 nmol/l. Vooral de medicijnen metformine, sulfonamiden, ureumderivaten, vitamine K-antagonisten, glycosiden, diuretica, ACE-remmers en serotonine heropnameremmers (SSRI's) werden in verband gebracht met een vitamine D-tekort. Zo werd het gebruik van sulfonamiden en ureumderivaten gerelateerd aan een verlaging van de vitamine D-status met 19 nmol/l. Daarentegen werden non-selectieve monoamine-heropnameremmers (NSRI's), vroeger de tricyclische antidepressiva genoemd zoals tryptamine en imipramine, in verband gebracht met een 18 nmol/l hogere vitamine D-spiegel.

De wetenschappers concluderen dat het gebruik van veel medicijnen door ouderen in verband staat met een vitamine D-tekort.

Magnesium en maagzuurremmers


Dat maagzuurremmers tot een magnesiumtekort kunnen leiden, is bekend maar wordt vaak nog onvoldoende herkend. Anke Lameris van het Radboud Universitair Medisch Centrum in Nijmegen onderzocht het onderliggende mechanisme.

Nederland telt meer dan twee miljoen gebruikers van zogenaamde protonpompremmers waarvan omeprazol de bekendste is. Bij sommige patiënten leidt het gebruik van deze medicijnen tot een ernstig magnesiumtekort dat zich uit in spierkrampen en hartritmestoornissen.

Het magnesiumtekort ontstaat door een verminderde opname van magnesium in de darm. Lameris ontdekte dat de medicijnen niet alleen de afgifte van zuur in de maag remmen, maar ook in de dikke darm. Dit heeft tot gevolg dat het ionkanaal TRPM6 in de dikke darm onvoldoende werkt waardoor de opname van het mineraal afneemt. Daarnaast speelt een genetische component mogelijk een rol.

Een magnesiumtekort als gevolg van maagzuurremmers blijft vaak onopgemerkt, omdat de symptomen niet altijd herkend worden en bepaling van de magnesiumspiegel niet standaard wordt gedaan. Momenteel test Lameris met collega's de werking van een voedingssupplement dat de zuurgraad in de darm verlaagt en de werking van het ionkanaal stimuleert.

Kaliumsuppletie zinvol bij diureticumgebruik


De overlevingskans neemt toe wanneer naast een zogeheten loopdiureticum (plaspil) gestart wordt met kaliumsuppletie. Bekende loopdiuretica zijn furosemide en bumetanide. Door de verhoogde uitscheiding van urine bestaat het risico van een kaliumtekort bij gebruik van deze medicijnen.

Voor de studie werden meer dan 654.000 personen geselecteerd die startten met een loopdiureticum. Van de proefpersonen kreeg 27% tevens een kaliumsupplement, de overige 73% kreeg geen extra kalium in de vorm van een supplement.

Personen die een kaliumsupplement gebruikten hadden met 7% minder kans op overlijden. Dit gold voor personen die dagelijks maximaal 40 mg van het medicijn kregen. Voor personen die een dagelijkse dosis kregen van 40 mg of meer nam het sterfterisico significant met 16% af.

De resultaten laten zien dat kaliumsuppletie bij gebruik van een loopdiureticum geassocieerd is met een toename van de overlevingskans.

Vitamine-B1-deficiëntie en furosemide bij hartfalen

Furosemide (Lasix) is een diureticum dat veel voorgeschreven wordt aan patiënten met hartinsufficiëntie.

Bij proefdieren induceert dit medicament thiaminedeficiëntie. Ook bij mensen die lang met furosemide worden behandeld, wordt vaak een thiaminedeficiëntie geconstateerd.

In dit gerandomiseerde, dubbelblinde onderzoek kregen dertig furosemidegebruikers met ernstige hartinsufficiëntie gedurende één week ofwel intraveneus 200 mg thiamine per dag, ofwel een placebo. Na afloop van de week namen alle patiënten zes weken lang oraal 200 mg thiamine per dag. Alle patiënten gebruikten minimaal drie maanden 80 mg of meer furosemide per dag.

Intraveneus thiamine verbeterde de functie van de linker ventrikel bij de patiënten. Bij de 27 patiënten die de volledige studie meemaakten kon de linker ventrikel 22% procent meer bloed uitscheiden. De linker ventriculaire ejectiefractie steeg van 0,28 naar 0,32 en de diurese steeg van 1731 naar 2389 mL/d. De natriumexcretie steeg van 84 mEq naar 116 mEq per dag. Intraveneus thiamine verbeterde duidelijk de indicatoren voor thiaminedeficiëntie.

Conclusie van de auteurs is dat thiamine de ventriculaire functie kan verbeteren, evenals de biochemische indicatoren voor thiaminedeficiëntie, bij patiënten met een middelmatig tot zware hartinsufficiëntie die lange tijd furosemide hebben gebruikt.

Waarschijnlijk heeft de extra thiamine een subklinische thiaminedeficiëntie gecorrigeerd. De auteurs noemen thiamine een eenvoudig en goedkoop medicijn dat symptomen kan verbeteren zoals systolische dysfunctie en verminderde functionele capaciteit van het linker ventrikel. Syptomen die niet alleen aan de hartziekte zelf te wijten zijn,maar ook aan een niet onderkende thiaminedeficiëntie.