Linus Pauling Orthomoleculaire kunde 1968-2018

29-04-2018

Een onbevangen overpeinzing.

Vijftig jaar geleden legde tweevoudig Nobelprijswinnaar Prof. Linus Pauling (1901-1994) de basis voor de orthomoleculaire geneeskunde. De Amerikaanse chemicus was vooral gefascineerd door vitamine C. Hoe is het deze vitamine vergaan na de dood van Pauling, bijvoorbeeld in vergelijking met vitamine D ? En wat kunnen we de komende jaren verwachten.

In 1968 trok Linus Pauling de aandacht in het tijdschrift "Science" .Hij pleite voor 'optimale concentraties van stoffen die normaal in het menselijk lichaam aanwezig zijn. Daarmee legde Pauling de basis voor de orthomoleculaire geneeskunde en hooggedoseerde voedingssupplementen. Tot aan zijn dood bleef hij wetenschappelijk actief, vooral rond vitamine C. Je kunt ook gerust beweren dat het allemaal begón met vitamine C, midden jaren zestig. Een cruciale kennismaking was die met chemicus Irwin Stone. In 1966 was Stone aanwezig bij een voordracht van Pauling, in New York. Pauling merkte tijdens die lezing op dat hij hoopte en verwachtte nog lang te zullen leven. Hierna schreef Stone een brief aan Pauling, met bijgevoegd enkele artikelen over vitamine C als antioxidant in levensmiddelen. Hij deed Pauling de suggestie dat hij wellicht zelfs zou kunnen genieten van nog eens vijftig jaar in goede gezondheid, door het nemen van extra vitamine C in de vorm van supplementen.

3 gram per dag.

Een jaar later, in 1967, publiceerde Stone een artikel waarin hij wees op de voordelen van hoge doses vitamine C. In een voetnoot meldde Stone dat hij al 10 jaar lang elke dag tenminste 3 tot 5 gram innam. Hij claimde dat hij in die periode nooit ziek was geweest, zelfs niet verkouden.

Intussen was er een briefwisseling ontstaan tussen Stone en Pauling. De laatste had, samen met zijn vrouw Ava Helen, besloten voortaal 3 gram vitamine C per dag te nemen. Beiden merkten een betere gezondheid en sterke afname van verkoudheden. Pauling was zozeer onder de indruk, dat hij besloot meer onderzoek te doen naar vitamine C. Het resulteerde in 1970 in een boek over het gebruik van vitamine C ter preventie en behandeling  van verkoudheden: Boek Linus Pauling, "Vitamin C and the Common  Common Cold"

Mythe doorprikt over vitamine C en het vormen van nierstenen.

Kritiek door wetenschappers en het medische establishment. De tegenreactie liet niet lang op zich wachten. Al vrij snel na verschijning dook de 'Niersteen -mythe' op. Deze werd gepubliseerd in een medisch- farmaceutisch tijdschrift: een hoge vitamine C inname zou nierstenen veroorzaken. De media pikten het nieuwtje gretig op. Een paar jaar later deden onderzoekers de studie waarop de mythe was gebaseerd, nog eens over. Al spoedig bleek dat de in het laboratorium geconstateerde 'steenvorming' een neerslag van calsiumoxalaat, het gevolg was van het verwarmen van het monster urine in het laboratorium, niet in het lichaam. Er was dus geen sprake van oxalaatneerslag afkomstig van vitamine C in de verse urine. Tegenwoordig wordt in wetenschappelijke kringen algemeen erkend dat hoge doses vitamine C geen nierstenen veroorzaken. Maar de mythe heeft jarenlang rondgezongen.